Paolo Giordano Dit debuut van de wel erg jonge schrijver Paulo Giordano is al op verschillende plekken bejubeld. Niet alleen Italië schijnt in de ban van deze schrijvende promovendus te zijn (zoals bijvoorbeeld blijkt uit een goeie recentie op qlibri, maar ook uit een leuk interview), ook in Nederland is de receptie van dit boek erg goed. Inmiddels is er een film van gemaakt, en stromen de verschillende boeken en krantensites over van lof. En niet geheel ten onrechte.
La Solitudine dei Numeri Primi handelt over Mattia en Alice, twee mensen uit Turijn. Beiden hebben in hun vroege jeugd een traumatische ervaring opgedaan, die ook in de eerste twee hoofdstukken van het boek uit de doeken gedaan wordt. Hoewel deze ervaring voor beiden volstrekt anders is, is het resultaat ervan enigszins vergelijkbaar: beide ervaren hun leven vanuit een eenzelvigheid die hen tot eenzame, onbegrepen individuen maakt. Ze voelen zich niet thuis in de stroom van het grote geheel en bekijken het leven als het ware vanaf de zijlijn. Wanneer ze elkaar in de puberteit tegenkomen, ontstaat er een niet alledaagse vriendschap, die, alle onbegrepen pogingen van beide protagonisten ten spijt, altijd bij vriendschap blijft. Na hun middelbare school groeien ze enigszins uit elkaar, maar de vriendschap verdwijnt nooit helemaal.
De onwaarschijnlijkheid van de vriendschap tussen Mattia en Alice wordt extra duidelijk wanneer je kijkt naar hun respectievelijke problemen: Mattia is een superintelligente zoon van twee 'gewone' mensen, die geen idee hebben hoe ze met hun schijnbaar autistische jongen om moeten gaan. Alice, die probeert onder de druk van haar vader vandaan te komen, ontwikkelt een behoorlijke anorexia en probeert het leven te begrijpen door het via de lens van een camera te observeren.
Realisme
Cover Numeri Primi Het is duidelijk dat Giordano zelf een natuurkundige is en zich beter kan inleven in de gedachtenwereld van Mattia dan in die van Alice. Niet alleen zijn de beschrijvingen van hun respectievelijke ervaringen in het eerste geval beter en veel meer uitgekristalliseerd dan in het tweede, ook de verdere levensloop van Mattia is waarschijnlijker dan die van Alice. Zo vind ik het bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat de arts die op een gegeven moment verliefd op Alice wordt, haar ziektebeeld niet veel eerder herkent dan pas wanneer zij niet meer ongesteld wordt.
Een ander punt van kritiek zou kunnen zijn dat de verhouding tussen de traumatische ervaring in het begin (de beschrijving daarvan beslaat de eerste vijfendertig pagina's) en de problemen die Mattia en Alice in de rest van hun leven ervaren verder nauwelijks tot uiting komt. Zouden zij deze niet ook gehad kunnen hebben zonder deze specifieke ervaringen; zouden andere ervaringen dezelfde situatie tot gevolg kunnen hebben? Zoals het er nu ligt, is de link tussen de vroege jeugd en de latere eenzaamheid voor mij wat onderbelicht.
Herkenbaar
Deze kleine punten van kritiek nemen niet weg dat La Solitudine dei Numeri Primi een bijzonder boek is, zeker voor een debuut van iemand die zo jong is als Giordano. Hij gebruikt een heldere schrijfstijl om soms behoorlijk donkere situaties neer te zetten; zo blijven Alice en Mattia altijd op zichzelf aangewezen, zelfs wanneer ze door die afgezonderdheid nader tot elkaar komen. Sommige passages maken die eenzaamheid en afgeslotenheid pijnlijk duidelijk, bijvoorbeeld wanneer Mattia op een zeker moment bij Alice komt om te vertellen dat hij gaat emigreren omdat hij een onderzoeksplek in het buitenland heeft gekregen. Hij treft haar in haar slaapkamer...:
Sapeva essatamente cosa doveva fare. Doveva alzarsi e andarsi a sedere vecino a lei. Doveva sorridere, guardarla negli occhi e baciarla. Tutto lì, era solo meccanica, una banale sequenza di vettori per portare la sua bocca a coincidere con quella di lei. Poteva farlo anche se in quel momento non ne aveva voglia, poteva affidarsi alla precisione dei gesti.(p.176)
In het hele boek is dit zo ongeveer het enige magische moment waarin de situatie dusdanig is dat Alice en Mattia hun afgeslotenheid zouden kunnen doorbreken, maar door de onzekerheid van Alice weet Mattia het stuk te analyseren, en de scène eindigt ermee dat hij de beurs die hem is aangeboden aanvaart.
Wanneer Mattia jaren later even terug in Turijn is, blijkt dat de eenzaamheid en afgelotenheid met de jaren alleen maar is toegenomen. In zijn ouderlijk huis noch met Alice in de auto vindt hij de mogelijkheid zijn afzondering te doorbreken. De herinnering en de herkenning waar hij eigenlijk op hoopte vindt hij ook daar niet:
Presto Mattia le acrebbe chiesto il motivo per cui l'aveva chiamato lì e lei non avrebbe piú avuto scampo. Ma ora non era piú sicura di niente. Aveva visto una ragazza che gli assomigliava. Già, e allora? Il mundo é pieno di gente che si assomiglia. Pieno di casualità stupide e insignificanti. Non le aveva neppure parlato. E non avrebbe saputo dove ritrovarla, in ogni caso. A pensarci adesso, con Mattia nell'altra stanza, tutto quanto le sembrava assurdo e crudele
L'unica cosa certa era che lui era tornato e che lei avrebbe voluto non se andasse più.(p.292)
Een fijn boek
La Solitudine dei Numeri Primi is een fijn boek om te lezen. De breekbaarheid van het jonge leven, en de repercussies die dit kan hebben op de verdere levensloop, komt hierin goed tot uiting, evenals de machteloosheid van alle betrokkenen om door de continue spiraal van eenzaamheid te breken. Dat is natuurlijk ook de definitieve eigenschap van priemgetallen: dat ze niet gedeeld kunnen worden.
Paolo Giordano - La Solitudine dei Numeri Primi
©2008, Mondadori, Milaan
304 pagina's, €22,95.

In het Nederlands verschenen onder de titel
De eenzaamheid van de priemgetallen
Vertaald door Elisabeth Gilbert
318 pagina's, €10,00

x/html 1.0 Strict valid