Eating Animals

Als cryptovegetariër heb ik altijd een wat ambivalente houding tegenover het eten van vlees. Hoewel ik het grootste gedeelte van mijn jeugd strict vegetarisch heb gegeten, was er tijdens mijn studie een beetje de klad in gekomen. En nu probeer ik er verstandig mee om te gaan. Als ik dan vlees koop, doe ik het altijd bij
De Groene Slager, en als ik zin heb om vlees te eten ga ik in Groningen naar
De Vestibule. Maar in voorkomende gevallen kan ik me niet inhouden (vreemd genoeg vaak in combinatie met het niet kunnen inhouden qua innemen) en bestel een broodje shoarma. Maar dan wel weer altijd lamsshoarma, want ik verkeer in de illusie dat dat beter is. Ook eet ik wel vlees wanneer het dreigt weggegooid te worden, want beter opeten dan weggooien.

Doordat ik al zo lang bewust bezig ben met het al of niet eten van vlees, was ik bijzonder geïnteresseerd toen ik bij de
Tros Nieuwsshow een verslag hoorde van het boek
Dieren Eten: de vertaling Eating Animals, het meest recente boek van de journalist en publicist
Jonathan Saffran Foer. Hij heeft dit boek geschreven omdat hij een antwoord wilde op de vraag of hij zijn onlangs geboren zoon vlees moest voeren of niet. Om die vraag goed te kunnen beantwoorden, is hij op zoek gegaan naar de oorsprong van het vlees in kwestie.
Safran Foer gaat in dit boek niet over één nacht ijs. Hij heeft ruim tweehonderdvijftig pagina's (en nog honderd pagina's noten en referenties) nodig om tot de conclusie te komen die iedereen die er even over nadenkt eigenlijk min of meer intuïtief met hem deelt. Vlees (en vis) eten is slecht. Het is slecht voor de dieren in kwestie (en niet alleen omdat ze geslacht worden), het is slecht voor de arbeiders in de industrie, het is slecht voor de biodiversiteit, het is slecht voor het milieu, het is slecht voor de menselijke gezondheid en het is slecht vanuit een ethisch perspectief. Maar om inzichtelijk te maken hóe slecht het dan wel niet is, daarvoor is dit boek een goeie eye-opener.
De ziektes

Afgezien van de vraag hoe ethisch het is om pluimvee met tienduizenden te houden op een oppervlakte van slechts een paar voetbalvelden, de gevolgen voor de volksgezondheid van deze situatie zijn overweldigend. Allereerst zijn de levensomstandigheden van deze dieren dusdanig abominabel dat een groot deel van de populatie continu ziek is. Omdat het onmogelijk is individuele dieren op ziekten te controleren -en te behandelen- krijgen alle dieren uit voorzorg voldoende antibiotica in hun voedsel om ze te wapenen tegen de meest voorkomende ziekten. Antibiotica die voor mensen alleen op recept te verkrijgen zijn, maar die via de kippen, de eenden en de kalkoenen die we eten alsnog indirect in de menselijke populatie komen. Een direct gevolg hiervan is dat deze pathogene microben resistent worden voor deze antibiotica, die we dus ook niet meer kunnen gebruiken om zieke mensen te genezen (pp. 139-41).
Afgezien van deze situatie beschrijft Safran Foer overtuigend over de manier min of meer gezonde kippen na de slacht in hetzelfde waterbad komen als de zieke dieren die onder de feces en bacteriën zitten:
"[T]he water in these tanks has been aptly named 'fecal soup' for all the filth and bacteria floating around. By immersing clean, healthy birds in the same tank with dirty ones, you're practically assuring cross-contamination" (p. 135)
Het gevolg hiervan is tweeledig: allereerst is het dus onmogelijk om een kip te kopen die niet op zijn minst tijdens haar slacht in intensief contact is gekomen met zieke lotgenoten. Ten tweede fungeert het karkas van de kip tijdens die onderdompeling als een soort spons, waardoor het een deel van die 'fecal soup' opzuigt. Vijftien procent van het gewicht van de kipfilet die je koopt
bestaat dus uit smerig water.
De massaliteit

Er staan een heleboel cijfers in Eating Animals. Op sommige plekken probeert Safran Foer de grootte hiervan typografisch inzichtelijk te maken, maar over het algemeen handelt het hier om cijfers waar de verbeelding te kort schiet. In die zin lijken sommige stukken van het boek op de
lijsten met aantallen gesneuvelden bij de verschillende veldslagen in de Eerste Wereldoorlog of de
aantallen slachtoffers van de concentratiekampen. En het is meer dan alleen de grootte van de getallen die aan die situaties doet denken...
Wat te denken van de 33.000 kippen die in één enkele schuur (van een totaal van vijf op deze 'boerderijen') verblijven (p. 129)? Of de 7,2 miljoen pond mest van een gemiddelde varkenshouderij, die uiteindelijk als chemisch afval gewoon in de lucht wordt gespoten (p. 174)? Of de hoeveelheden varkens, koeien of kippen die bij volledig bewustzijn in stukken worden gezaagd? Niet alleen de getallen die in het boek genoemd worden zijn onbegrijpelijk, ook de hoeveelheid van dergelijke cijfers veroorzaakt op een gegeven moment wel wat 'getalmoeheid'. In deze zin lijkt Eating Animals een beetje op het klassieke werk
Brevísima relación de la destrucción de las Indias: de eerste paar keer schrik je nog wel van alle ellende die beschreven wordt, maar na verloop van tijd ontwikkel je een soort mentale eelt. Hoewel beschrijvingen als de onderstaande keer op keer verschikkelijk zijn:

At an industrial pig-breeding facility, videotapes (...) showed some workers administering daily beating, bludgeoning pregnant sows with a wrench, and ramming an iron pole a foot deep into mother pigs' rectum and vaginas. (...) An investigator (...) found that some workers regularly ripped off the heads of fully consious birds (...), urinated in the live-hang area, and let the shoddy automated slaughter equipment that cut birds' bodies rather than their necks go unrepaired indefinitely. (pp. 181-2).
Geen polemisch boek
Toch is Eating Animals geen polemisch boek. Safran Foer doet er alles aan om zijn werk goed te documenteren en alle betrokken partijen aan het woord te laten. Niet alleen de radicale PETA-activist, maar ook de geïndistrualiseerde kippenboer en de biologische varkensboer passeren de revue. Ook verlaat hij zich niet op losse opmerkingen van mogelijk bevooroordeelde onderzoekers, maar probeert hij bijvoorbeeld van alle excessen die hij beschrijft aan te geven wat de frequentie is waarin deze voorkomen -wat het feitelijk alleen maar erger maakt. Voor mensen die een beetje nadenken over wat ze wel en niet eten, en die een beetje bewust bezig zijn met het leven van alledag (en zijn er individuen die dat niet doen en toch aanspraak kunnen maken op die titel: mens?), verschaft dit boek voldoende en noodzakelijke voorwaarden om af te zien van het allergoedkoopste vlees in de supermarkt. Check bijvoorbeeld dit filmpje van PETA:
Maar hoe zit het dan met biologisch vlees. Vlees van dieren die een relatief goed leven hebben gehad, zonder alle ellende uit de bioindustrie. Zou je dat ook niet mogen eten? Nee, zo luidt de schijnbaar onvermijdelijke conclusie van het boek. Zelfs de beste boeren zijn door wetten en regels gebonden aan aspecten van veehouderij die onverenigbaar zijn met werkelijk goed met dieren omgaan. Zelfs als de dieren in de EKO-industrie op geen enkele manier mishandeld zouden worden (wat helaas wel gebeurt), dan is er nog het probleem van het transport en de slacht. De situatie hier onttrekt zich aan de waarneming van de boer in kwestie, en het is te massaal om een volledige controle op uit te kunnen oefenen. Het enige vlees wat onder dit argument geaccepteerd zou zijn, is zelf op goede manier gefokt en zelf geslacht vlees, bijvoorbeeld je eigen hond. Maar daar willen de meeste mensen niet aan. Aangezien ik de Amerikaanse versie heb gelezen, weet ik niet wat voor cijfers er in de Nederlandse vertaling staan: op verschillende punten wordt de suggestie gewekt dat het in de EU iets beter gesteld is met het dierenwelzijn.
Eating animals?

Al met al is dit een indrukwekkend en overtuigend boek. Er is eigenlijk maar één ding waar ik het niet mee eens ben, namelijk de meermalen geventileerde opvatting dat mensen nu 'eenmaal vlees willen eten en dat je daar weinig aan kunt veranderen'. Het lijkt me dat dat uiteindelijk een politieke beslissing is. Tot in de jaren tachtig was het bijvoorbeeld niet meer dan normaal dat mensen rookten: iedereen rookte. Uiteindelijk is het de politiek geweest die een campagne is begonnen om het roken uit te bannen, omdat het slecht voor de gezondheid zou zijn. Hetzelfde zou met het eten van vlees kunnen gebeuren. Wanneer komt er op de vleesverpakking een zwart omkaderde waarschuwing dat dit vlees slecht is voor de gezondheid, voor vijftien procent uit smerig water bestaat en een enorme belasting voor het milieu is?
Jonathan Safran Foer - Eating Animals
2009 Hamis Hamilton
341 pagina's met noten en index
ISBN 9 780241 144251
In het Nederlands verschenen onder de titel
'Dieren Eten'
Standaard Uitgeverij
ISBN 9 02232 4311